Het is schitterend weer als we opstaan. De honden van de buren spelen vermakelijk
en draven om de tenten heen. De rottweiler doet heel voorzichtig om bleke bet
niet zeer te doen. Eerst doen we boodschappen. Ik moet gewoon nog die leuke
bikini én roze teenslippers. En we gaan dat t-shirt voor Stef halen.
Dat gaat in eerste instantie niet door want de verkoopster wil mij niet helpen
omdat ze nog aan het uitpakken is. Kwaad ben ik weggelopen, later op de middag,
toen we terugkwamen van het strand, heb ik toch maar mijn principes richting
Océan gestuurd, want ik wilde het shirt toch wel graag hebben. Gelukkig
was er nu een andere verkoopster.
We
kopen nog een eclair (soort puddingbroodje) voor bij de koffie, pakken daarna
de fietstassen en tent in en gaan nog even naar het strand. Ik natuurlijk gestoffeerd
mijn nieuwe aanwinsten. En snel gebeurt wat ik zelf al heb voorspeld, de huid
tussen de grote teen en de teen daarnaast is al snel kapot door het geschuur
van het bandje van de teenslipper.
Terug op de camping fietsen we om een uur of drie, nadat we het laatste zout
van onze huid gespoeld hebben door de bossen richting Castets en vinden nadat
we aan beide kanten van de Autoroute een paar grote rotondes zijn overgestoken,
de routier (chauffeurscafé). Er zitten al een paar ‘dames’
die ook mee terug gaan in de fietsbus. Wij hebben eigenlijk geen zin om er zo
lang rond te blijven hangen en fietsen nog even naar Castets. Wat een dood plaatsje
en we gaan direct weer terug. Er is één en al leven bij de Routier.
Er zijn inmiddels meer fietsers gearriveerd. We mogen de fietsen binnen stallen
in een zaaltje, we kunnen eten voor Eur. 12,- maar dan mag je niet zeuren en
moet je eten wat je op je bord krijgt, wijn en water gratis, samen met de chauffeurs
en de andere gasten, ook bussen met toeristen maken er gebruik van. Voorgerecht
moeten we zelf halen, uitgebreid saladebuffet met veel groente. Vervolgens een
beslist niet kinderachtige entrecote of gehaktbal met frites, kaasplateau, toetje
en daarna koffie. Daarna slopen we de voordragers van de fietsen en pakken de
turketassen in. Het is nog erg warm en we gaan buiten aan de picknicktafels
zitten. Daar raken in gesprek met een Nederlandse vrachtwagenchauffeur en een
Belgisch chauffeursechtpaar. Eerst zitten we aan drie tafels, maar al snel met
z’n allen aan één picknicktafel. Er schuift nog een 2.07
mtr lange Groningse chauffeur bij aan (vervoer: garnalen voor Marokko om daar
te laten pellen en de gepelde weer mee terug nemen). En even later een Friese
jongen uit Harlingen. Hij geeft mij een zet, zodat hij er nog net op de punt
bij past. We hebben ontzettend veel plezier. Sterke verhalen over auto’s,
wat ze meemaken en dat is lang niet altijd leuk, lang van huis – vinden
ze niet altijd erg, en vrouwen natuurlijk. Ons gewillig oor en soms wat “aanmoediging”
van mijn kant en ach, nog maar een pilsje – morgen staan jullie toch stil
(zondag), maakt het erg gezellig en doet onze wachttijd op de bus met vertraging
niet (24.00 uur maar 02.00 uur) verkorten.
Laat me nog maar wat uitgebreider vertellen.
Dat de vrolijke man, in hart en nieren chauffeur was getuigt zijn volgende verhaal:
“Drie jaar heb ik samengewoond; daarna drie weken getrouwd geweest. Ze
wilde dat ik direct van de wagen af ging. Nou van z’n nooit niet dus”.
Was nu weer opnieuw getrouwd met een vrouw die niet op hem ging zitten wachten
en een eigen carrière had opgebouwd. Soms kwam hij in geen vijf weken
thuis. Was dan wel eens in België, maar moest dan weer terug Europa in.
En niemand mocht in zijn auto rijden. Na deze rit ging hij drie weken met vakantie
en dan stond de wagen drie weken stil. Niemand anders mocht in zijn wagen rijden.
O, en hij ging naar Griekenland met zijn tweede vrouw en dochter. Zij gingen
met het vliegtuig, hij met de auto. Rijden, dat was zijn lust en zijn leven.
En een zondag stilstaan? Helemaal niet erg. Ik heb de barbecue en een fles Bacardi
bij me. Karbonaadjes liggen in de koelkast. Nee, de zondag vliegt voorbij.
De Belgen hadden niet echt iets meegemaakt. Alleen de lange wachttijd bij de
douane vonden ze vervelend. En dat ze zo juist waren aangehouden en aan de kant
gezet. De schijven waren n
iet
in orde. Hij had ze wel van te voren even goed door elkaar gehusseld.
‘De lange” had geen zonneklep in de auto. Had hij last van en kon
er toch niet onderdoor kijken. Hij was ook in Tsjernobyl geweest. Daar wilde
hij liever niet aan terugdenken, zoveel verminkte mensen heeft hij daar gezien.
De lange was ook overvallen op de parkeerplaats waar we nu staan. Ze hadden
gas in zijn cabine gespoten. Toch was hij wakker geworden en net toen ze probeerden
het zijraam in zijn portier naar beneden te trekken had hij een harde klap op
de vingers gegeven. Die moeten volgens hem gebroken geweest zijn. De prettig
mopperende chauffeur had verhalen over pogingen om hem tot stoppen te dwingen
– in Portugal: oude mensen geblinddoekt aan de kant van de weg zetten
en hopen dat je stopt. Mensen verkleed als politieagenten – met dranklucht;
enz. enz.
En dan de zeurende vrouwen aan het thuisfront: jij zit daar zeker weer te feesten
hè?