Au, au, mijn heup. Kreunend kom ik overeind. Mijn heup is vannacht naast het self inflating matje gaan liggen en ik heb zo vast geslapen, dat ik er niks van heb gemerkt. Regelmatig word ik bij het op- en afstappen van de fiets herinnerd aan de leuke ontmoeting van gisteravond. Henk ook, vanwege mijn gekreun daarbij. Het liefst fiets ik dan ook maar gewoon door.
Vandaag gaan we de Pyreneeën over. We vertrekken al vroeg om de hitte
een beetje voor te zijn. Hoe verder we naar boven gaan des te koeler zal het
worden, denken we. Al moeten we een poosje later constateren dat de hitte sneller
naar boven klimt dan wij. Het is zondag en we komen veel Spaanse wielrenners
tegen en worden meestal uitbundig gegroet. De klim is goed te doen, gestaag
en zo af en toe een klein afdalinkje voor het herstel. Al fiets ik
eigenlijk
net zo lief steeds gestaag door. Maar ja het ligt er nu eenmaal. In Roncesvalles,
twee kilometer onder de top, gaan we naar het opvangcomplex voor pelgrimgangers,
een groot gebouw bedekt met golfplaten. In de 12e eeuw werd er een hospitium
opgericht en pelgrims mochten er 3 dagen rusten om bij te komen van de ondergane
ontberingen. We brengen een bezoek aan de kloosterkerk,
ook uit de 12e eeuw maar al wel na een brand in een iets andere, Frans-Gothische
stijl herbouwd. We klimmen nog even door langs een mooie slingerweg tussen bomen
en staan even later op jet hoogste punt, Puerto de Ibañeta (1057 mtr.).
We kijken verbaasd achterom en weer voor ons. Voor ons is de lucht niet helemaal
helder, achter ons staalblauw. Nou maar eens kijken wat ons te wachten staat.
Eerst is het leuk dat dalen, maar al snel verveeld het. Steeds maar knijpen
in de remmen, het wordt ook nog eens kouder, de beenspieren hoeven niet te werken,
en als ze dan toch eens een klein stukje moeten bijtrappen, kreunen we het uit.
Helemaal verkrampt zijn ze. Hoe lager we komen, hoe frisser het wordt. Halverwege
wil ik zo wel weer terug fietsen. Blauwe luchten wil ik houden. Ik kan dat vergeten,
het wordt heiiger. De camping Municipal van St. Jean-Pied de Port is sober en
schoon. We kletsen hier en daar wat met fietsers, krijgen een kopje thee aang
eboden,
en aanschouwen het geworstel van een Nederlander van zo’n jaar of vijfenvijftig
met zijn tent. Vandaag heeft hij zijn eerste etappe gefietst, is door zijn vrouw
tachtig kilometer terug gedropt, en morgen wil hij de Pyreneeën over..
De voorbereiding lijkt ons niet zo goed, vooral als hij aan ons vraagt als hij
ergens 200 mtr. hoger een kruis op een rots ziet staan: “is dat het hoogste
punt?”. Ach, echte pelgrimgangers moeten lijden en hebben vast wel een
beschermengel. We lopen even het
oude stadje in, een steile straat, en ik zie een chocolaterie met wel héél
erg lekkere chocola. Henk koopt een zakje en tot zijn schrik kost het Eur. 4,40.
We eten ze achter elkaar op; zo lekker. Het zijn er voor elk maar twee stuks
geloof ik.
Samen met een Duitse jongen doe ik mijn wasje, hij mag mijn knijpers gebruiken,
en daarna gaan we met z’n drieën eten. Het is nog vroeg, acht uur,
maar als we de Pizzeria binnenkomen is de baas al bezig met opruimen. We kunnen
gelukkig nog bestellen. Alles is even wennen in Frankrijk, andere tijden, andere
temperatuur, andere kleuren, andere mensen. Even omschakelen. Daar beginnen
we morgen mee.