
Vandaag wordt het klimmen. Eerst gaan we weer een stuk over de secundaire weg
onder de nieuwe autostrada door die hoog boven ons op lange poten de klim, waaraan
wij begonnen zijn geleidelijker overbrugt. Aan de vrachtauto’s te horen
kost het toch nog de nodige moeite. Ons valt het genoeg mee. Een geleidelijke
klim naar de puerto de Béjar. Daarna door naar het stadje Béjar.
We kunnen duidelijk merken dat het bergachtiger wordt te zien aan de bouw van
de huizen en de groene natuur. Alles is op koud klimaat in de winter ingesteld.
Béjar is een leuk stadje alleen moeten we erg veel moeite doen om in
het centrum te komen. Er zijn veel eenrichtingswegen en deze lijken geen van
alle bij het midden van de stad uit te komen. Toch lukt het uiteindelijk toch
en al is het niet spectaculair, de sfeer is provinciaal en gemoedelijk.
Wij eten in een park, waar oppas-opa’s en -oma’s zich verzameld
hebben met spelende kleinkinderen.
Daarna
is het nog aardige klim
naar het bergdorp Candelario. Bij binnenkomst rijd je zowat de Ermita
del Cristo Refugio binnen. Buiten het dorp is, na nog een smerige kuitenbijter,
een leuke camping met restaurant. Ook worden er appartementen verhuurd. Wel
even vooraf naar de prijs informeren. Het ene veldje is duurder dan het andere
al oogt het hetzelfde.
’s Middags lopen we nog even naar het dorpje en dwalen door de keienstraatjes.
Het bergdorp is nog geheel in oude staat. Veel hout en een extra halfhoge houten
beschermdeur voor de voordeuren die bescherming moeten bieden tegen de sneeuw
in de winter en door slachters opgejaagd vee; de laatste spanning in hun leven.
Heel bijzonder.
’s Avonds eten we in het restaurant van de camping waar we met verschillende
nationaliteiten voetbal kijken. Welke wedstrijd? Dat blijft me echt niet bij.(Oh,
Duitsland Nederland staat er in mijn aantekeningen; 1 –1).