
Na Trujillo rijden we de EX 208 op en zullen hem de hele dag volgen. Het is
zondag en er is helemaal geen verkeer. We fietsen weer door ruig landschap.
Vandaag is het glooiender; regelmatig moeten we rivierbeddingen oversteken,
wat betekent, dat we eerst moeten dalen en vervolgens weer behoorlijk klimmen.
Als we net weer een prachtige rivierbedding zijn uitgeklommen ligt er een lange
glooiende weg door ruig terrein ligt voor ons glooiend richting natuurpark de
Monfragüe. Heel in de verte zien we een oranje zwaailicht. Vreemd. Het
duikt weer weg en een glooiing later is het ineens dichterbij. Na nog zo’n
duik zien we wat het is. Een wielerpeloton. Voorop een busje met oranje zwaailicht,
dan ongeveer twintig renners, een politieauto, weer een paar renners, een ziekenwagen,
nog twee renners en de bezemwagen. Wat een spontaniteit bij het passeren van
de zwaarbepakte fietsers. De wielrenners roepen ons toe, de auto’s van
de begeleiding toeteren en zelfs de politie hangt uit het raam van hun auto
ons aan te moedigen. Ik denk dat ze iets verderop nog we even aan ons gedacht
hebben, toen ze een diepe rivierbedding indoken.
Even
verder ligt op de weg een groot katachtig beest met een lange pluimige zwart-witte
pluimstaart. Een genetkat lezen we later in een boekje. Zonde, hij leeft niet
meer, waarschijnlijk aangereden.We maken nog een paar duiken in een rivierdal
en klimmen er weer uit. Aardig vermoeiend want het is erg warm vandaag. We komen
bij de poort van de Taag en blijven daar een poosje; samen met een paar toeristen
kijken we naar de vale gieren die daar hoog in de lucht zweven. Een ouder echtpaar
uit Sneek maakt ons attent op een kampeerveldje naast de ommuring van de camping,
vijftien kilometer verderop. Die laatste kilometers fietsen we over een deels
van asfalt ontdane weg en nog steeds omringd door landerijen met steeneiken
en schuilhokjes tegen de zon voor de varkentjes.
We vinden het tentenveld
buiten de ommuring en staan er in eerste instantie alleen met de Snekers. ’s
Avonds komt er nog een tentje bij. In de steeneiken boven ons rommelen en kwetteren
de jonge blauwe eksters. Een zeldzame vogel die alleen in dit gedeelte van Spanje
te vinden is en een gedeelte in Portugal. In het zwembad frissen we ons even
op. Het mag ook wel want het is 43 graden vandaag.
s’Avonds vragen we aan de Snekers de kaart van Spanje. We hebben eigenlijk
niet zoveel zin om als we in Santiago aankomen vervoer te organiseren naar Burgos.
In eerste instantie weten we niet in hoeverre dat mogelijk is, bij mijn gespeur
op internet kwam ik er niet uit, en verder blijven we liever gewoon fietsen.
Na enig speur en rekenwerk besluiten we na Zamora de Zilverroute te verlaten
en door te steken naar de St. Jacobsroute, de Pelgrimsroute naar Santiago de
Compostella, en deze tegen de stroom in te gaan fietsen. Maar zover is het voorlopig
nog niet.