Volgens mij is het niet nodig, dat we helemaal naar het hartje centrum fietsen
en zouden we vrij eenvoudig vanaf de camping de route op kunnen pikken. We lopen
met de kaart naar de campingbaas. Hij legt ons in gebroken Nederlands, Duits
en Frans uit, dat het heel gemakkelijk is. We krijgen een uitgebreide beschrijving,
met daarbij aangegeven waar het uitstekend eten is. Hij woont daar in de buurt.
Dus wie dit ook wil, gewoon even de campingbaas vragen. Het is erg eenvoudig.
Vanaf de camping niet de verplichte richting naar het vliegveld nemen maar tegen
het eenrichtingverkeer in naar de rotonde. Er is bijna geen verkeer op zondag
dus af en toe fietsen we een stukje. Het is maar een paar kilometer. Dan volgen
we de instructies van de campingbaas en in La Riconada zitten we op de route.
Het eerste deel van de tocht is plat, maar na Burguillos wordt het interessanter.
We gaan bergje op en bergje
af, mooie bergjes om alvast wat te wennen. Het gaat zo mooi, dat we in Castilblanco
de los Arroyoa vergeten op te letten en na vijf kilometer voor de wind gedaald
te hebben, erachter komen dat we verkeerd fietsen. We staan bij een mooi picknickveld
met picknicktafels en een keurig toiletgebouw. We gaan eerst lekker lunchen.
Daarna terug, nu iets minder snel. Weer op de route zien we de eerste Iberische
zwijntjes scharrelen onder de kurkeiken. Ze zijn zwart en veel slanker dan de
bleke zwijnen bij ons. Je ziet ze regelmatig rennen. De weg gaat steeds meer
golven en de golven worden dieper. In de verte zien we gekleurde stipjes, die,
wanneer we dichterbij komen twee Hollandse fietsers blijken te zijn. Zij lijkt
er door te zitten, want het gaat niet soepel en ze fietst een eind achter haar
man. We stoppen even voor een praatje. Haar versnelling doet niet wat zij vraagt,
vertelt ze stroef. Ik kan me best inleven als dat niet goed werkt, dit een aanslag
is op het gemoed. Zij hebben trouwens al half Spanje gedaan; vanaf het noorden
langs de oostkant en nu weer begonnen om naar boven te klimmen. Leuk ons ook
leuk.
Daarna
weer verder. Ik begin last te krijgen van een ‘piepende’ knie en
zou er heel graag willen zijn. Als ik zo af en toe even afstap, zakt het gesteek
even, maar soms moet ik mijn adem inhouden van de pijn. Maar gelukkig, we fietsen
El Real de la Jara in en volgen het advies op in het boekje en bellen aan op
Calle Real huisnummer 70. Aan de buitenkant hangt geen bordje van pension of
iets dergelijks. Een meisje van een jaar of twintig op sokjes opent de deur
en zonder veel te zeggen, wijst ze ons de weg naar de berging, waar we de fietsen
kunnen stallen. Ik word helemaal lyrisch van de moederpoes met vijf jongen,
die daar is een doos liggen. Ze pakt er een voor mij uit, zodat ik even kan
aaien. Daarna brengt ze ons naar een kamer met 3 stapelbedden. We begrijpen
dat we mogen gaan liggen waar we willen. De eenvoudige doch schone badkamer
is een eind verder en in openstaande kamers zie ik overal bedden staan. Zelfs
in nissen in de gang. Wanneer ik vraag of ik ergens mijn wasje kan doen, komt
ze mij een blokje zeep brengen en doe ik de was in de wastafel en even later
hangen onze fietskleren op de binnenplaats aan een stalen lijn onder de sinaasappelbomen.
We gaan nog even een biertje drinken in het dorpje. Het valt ons op dat hier
zoveel dikke kinderen zijn. Het enige restaurant in het plaatsje blijkt ’s
avonds te zijn gesloten. In de bar is echter zo’n keur aan tapas, dat
we beslist geen honger hoeven te lijden. Terug in onze kamer blijkt dat er twee
Spaanse jongemannen een bed bij ons op de kamer is toegewezen. De een is pelgrimfietsganger
op weg naar Santiago en de ander brengt hem een eind op weg tot Salamanca. De
laatste zucht en kreunt erg. En dan weet hij waarschijnlijknog niet wat hem
morgen te wachten staat.