‘Maak je geen zorgen hoe je in Schiphol moet komen, het staat in onze
agenda's en een van ons brengt jullie’, liet vriend Albert ons telefonisch
weten. Vandaag rijdt Marianne, zijn echtgenote, ons in onze eigen auto naar
Schiphol en worden we ruim op tijd – half twee en het vliegtuig vertrekt
om vier uur – bij de vertrekhal uitgezet. Na nog wat hartelijk gezwaai,
draaien we ons om en is de vakantie gestart.
Alle tijd om de fietsen de pyjama’s aan te doen; de plastic hoezen, die
we op het laatste moment nog bij de Fietsvakantiewinkel hebben besteld. Henk
heeft thuis de pedalen en spiegels van de fiets gesloopt; alleen het stuur moet
nog een kwartslag gedraaid.
Ah, daar worden nog een paar fietsen ingepakt; even afkijken. Oh, zij hebben
het plastic er precies andersom omheen getapet. Met cellotape zetten we het
stuur vast aan het frame, tapen het plastic strak om de fiets en de grondstewardess
plakt er daarna een grote transportsticker op. Daarna kunnen we de fiets op
zijn en haar achterwiel, voorwiel omhoog, in een bagagekar zetten en de bagage
aanmelden en afrekenen bij ‘afwijkende bagage’. Even later zien
we dat de fietsen bijna van de kar afdonderen; de begeleidende jongen kan ze
nog net tegenhouden. Hij doet trouwens best wel voorzichtig, maar de kar is
gewoon onhandig voor dergelijke transporten.
Inmiddels hebben we al zes van onze fietstassen in twee turketassen (grote plastic
tassen, voorzien van rits – zie verslag Hispaniaroute) gestopt. O zo handig;
hoeven we bij aankomst in Sevilla niet naar losse fietstassen te zoeken.
De reis verloopt voorspoedig en zonder vertraging. De passagiers staan inmiddels
in Sevilla rond de transportband opgesteld, waarover de bagage straks zal worden
aangevoerd. Afwachtend kijkt iedereen naar het vierkante gat in de muur, afgeschermd
met rubberflappen, waardoor al snel de eerste koffers over de lopende band komen
aangerold. Ah, daar komt de eerste turketas. Zowel ik als de man van het stel
dat we in Schiphol de fietsen in zagen pakken en dus ook in Sevilla zijn uitgestapt,
grijpen een hengsel.
‘O, vervoeren jullie de tassen ook op deze manier?’
‘Ja, en deze is van ons’, lach ik als ik de label heb gecontroleerd.
Gespannen wachten we op de volgende tassen. Na de waterdichte tas met tent,
het losse fietstasje, volgt er nog een turketas; weer voor ons. Wij hebben alles
compleet. Het begint spannend te worden; er komt een hele poos niks, dan toch
nog de rugzak van het benauwd en daarna opgelucht kijkende meisje en dan stopt
de band.
Beheerste paniek. De vrouw loopt naar de informatie, de man naar de deur, waardoor
net hun en onze fietsen zijn afgeleverd. Even later komt hij terug zonder tas.
Hij is bij het vliegtuig geweest en het bagagegedeelte voor Sevilla is nogmaals
geïnspecteerd en helemaal leeg. Het vliegtuig is inmiddels vertrokken naar
Faro.
Henk heeft inmiddels onze pedalen aan de fiets gemonteerd en het stuur recht
gezet. De afgebroken stang van het voorspatbord van zijn fiets wordt met een
tierip vastgesnoerd. Mijn zadel is flink gekneusd, maar de fietsen rollen
en we hangen de bagage er aan.
Onze collega-fietsers beginnen ook hun fietsen op te laden met wat ze hebben;
er missen twee kledingtassen, maar wat erg vervelend is, is dat de pedalen van
hun fietsen ook in die vermiste tassen zitten. We worden er wat lacherig van,
verzinnen beelden, waardoor het nog veel beroerder had kunnen zijn; morgen zien
ze wel verder, ze hebben toch twee rustdagen gepland. Hij zet de sturen van
hun fietsen recht met ons gereedschap en ze gaan naast de fietsen lopend, op
weg naar de camping, die gelukkig vlak achter het vliegveld ligt. We fietsen
zo’n vier kilometer over de vluchtstrook van de snelweg naar de afslag,
waar wordt verwezen naar de camping, draaien driekwart over een rotonde een
secundaire weg op en rijden daarover weer terug richting vliegveld. Vlak voor
de omheining van het vliegveld is de oprit naar de camping. We zetten de tent
op en vanuit een opening hebben we uitzicht op de startbaan. Geinig eigenlijk,
het is niet druk en ’s nachts wordt niet gevlogen.
Een uurtje later komen ‘de pedalen’ ook het terrein op gewandeld.
We kletsen ‘de stand van zaken’ even bij. De laatste informatie
is: of de tas is meegereisd naar Faro, dan komt hij vanavond nog terug, of de
tas staat nog op Schiphol, dan komt hij morgen.
Achter de receptie is een rond pleintje met in het midden een terras en speeltoestellen.
Daaromheen zijn een paar winkeltjes gesitueerd, verder een internetcafé
en een restaurant, waar we spaghetti bestellen. De oude vakantiegewoonte pakken
we direct weer op; we bestellen er een biertje bij. Heerlijk het vakantiegevoel
begint te stromen.