Van Madrid naar huis per fiets 2006Antwoord aan Jan en alleman: wat bezielt ons Voor het laatst bijgewerkt op 28-01-2007 |
Home
|
Maandag 15 mei 2006 Camping Park Monfraguë - Cuacos de Yuste 85 kmOef, wat is de verleiding groot om door te fietsen en de op de kaart makkelijke
rechte weg te nemen in plaats van terug te fietsen, weer de Puerto de Serrana
te moeten nemen en dan terecht te komen op de route van Raul. We kiezen,
voelen ons min of meer gedwongen door de (ver)manende woorden van Raul,
vooral toch dit laatste te doen. En tot nu toe zijn zijn adviezen nooit
verkeerd geweest. Vooruit dan maar. Het terugfietsen valt mee; voornamelijk
dalen. Na zo'n 7 km slaan we links af een klein weggetje in. We fietsen het leuke dorp uit en zien dat we een behoorlijke klim voor
de kiezen zullen krijgen. Oeps. Na een paar kilometer wordt het iets minder
heftig, maar klimmen blijft het. het laatste gedeelte gaat over de EX 203,
een mooie weg en niet druk en vrij vlak. De terrassencamping in Curacos
de Yuste ziet er erg verzorgd uit. We zetten de tent op, douchen en besluiten
vandaag nog het klooster te bezoeken. Het Monasterio waar
Karel V zich terug trok toen hij afstand had gedaan van al de kronen (ook
koning van Spanje) en besloot zich terug te trekken in Yuste. Keizer Karel
V was zeer vroom woonde daar in eenvoudige (maar voor het kloosterleven
toch luxe) vertrekken. Vanuit zijn woonkamer kon hij op de tuinen uitkijken
en vanuit zijn bed op het altaar van de aangrenzende kerk. Karel was bedlegerig
en werd door jicht geplaagd. Goed, ik heb het over sportieve inslag gehad uit mijn jeugd. Het
sportieve en de uitdaging daarin heb ik altijd gezocht. Zonder sport
voelde het niet goed. Bewegen moest ik. Naar de middelbare school op
de fiets, 5 km heen en ook weer terug, maar tussen de middag ook nog
eens heen en weer voor de warme maaltijd. Ik was meestal aanvoerder van
de lange sliert scholieren, die als groep naar huis trapte. Tempo draaien.
Het ging altijd heel ordelijk. Niks geen geklier en gedraal. Nou ja een
paar keer. Slootje springen in de winter na een sneeuwstorm en daarna
de klompen kwijt zijn, die diep - zeker een meter, met mijn arm kon ik
er niet bij - onder de sneeuw lagen; ja dat herinner ik me maar al te
goed. Stel je voor zonder klompen thuiskomen en op de geitenwollen sokken
naar huis in de vrieskou. En ook hoe ik op de kop kreeg, dat ik er bij
was, dat we bermen in brand staken. Mijn vader was dè politie
van het dorp. Als er ijs lag ging ik op schaatsen naar school. Maar het
was gewoon; normaal. Niks bijzonders. Zo groeide ik op. Het hoorde bij
mij en zo kende men mij, zo was ik nu eenmaal. |