Om half negen, vlot voor ons doen, zitten we op de fiets en dalen naar de stuwdam
over het meer. Daarna hoort er een door ons uitgerekende klim van 4% over 10
kilometer te komen. Die 4% wordt al snel zo’n ongeveer 7% omdat we tussendoor
een steile daling hebben. We mopperen niet, we zijn er al op ingesteld dat de
verhoudingen over een langere afstand zijn gemeten. Het is trouwens een erg
mooie klim, weer over een smal weggetje tussen de olijfbomen door. Boven gekomen
kunnen we precies volgen welk traject we hebben gefietst en zijn best trots
dat we het alweer hebben geflikt.
Na de afdaling doen we in Cueva de San Marcos boodschappen in een kruidenierswinkeltje,
waar je de bestelling opgeeft aan de kruidenier achter de toonbank, die het
dan stuk voor stuk haalt. Het vrouwtje in zwart dat voor ons aan de beurt is,
heeft geen geld en laat het opschrijven in het grote boek op de toonbank. 
Vanuit het dorp volgt een vrij steile, gelijkmatige klim van 3 kilometer door
prachtig ruig gebied. We ‘hobbelen’ daarna naar Archidona, dat tegen
een berg aangeplakt ligt. We zien de nauwe steegjes, dat wijst op Arabische
invloeden, maar echt een plekje om te eten vinden we niet. We laten ons zakken
en belanden uiteindelijk op een prachtig gerestaureerd plein: Plaza Ochava de
Andalusia Siglo XVII 1780 –1786. Vlakbij is een supermarkt, zodat we onze
erge dorst goed kunnen lessen. Ik knap helemaal op van het vocht; wat is drinken
toch belangrijk.
We vragen de weg naar het volgende dorpje. Ons wordt een steile weg omhoog,
die dwars door het stadje loopt, aangewezen. Wanneer ik nog maar net op de fiets
zit, stopt er een auto vlak voor me, zodat ik af moet stappen. Het is er zo
steil dat het me niet meer lukt om opnieuw op te stappen, zodat ik de bepakte
fiets een kilometer lang omhoog moet duwen. Onderweg wordt er ook nog gebedeld
door een paar goed uitziende meisjes van ongeveer 14 jaar. Ik heb in het Nederlands
in korte bewoordingen even gezegd wat ik er van vond. Het werd begrepen.
Het stadje uitrijdend, moeten we eerst door een steengroeve,
de diepte in dus en daarna weer eruit. De volgende 25 kilometer klimmen we voornamelijk.
We fietsen weer door een prachtig mooi bergachtig
gebied. De laatste 15 km naar Colmenar gaan gelukkig voornamelijk naar beneden.
Colmenar is een beetje vreemd stadje; rechte parallel lopende wegen met hier
en daar een dwarsverbinding. Aan de prijzen van de hotels is te merken dat we
dichter bij de grote steden komen. Het eten is er prima en niet duur; maar wat
het leukst is, is dat het een gezellig komen en gaan restaurant is, genoeg te
zien dus.