Toen we gisteren de camping opliepen, fietsen was onmogelijk door de steilte,
konden we nog niet zien waar we terecht waren gekomen. We waren moe en liepen
eerst verkeerd. Gelukkig wees een jongeman ons de weg naar de hoofdingang naar
de bar, waar we ons kunnen aanmelden.
Even later komt een jonge vrouw ons tegemoet, stelt zich voor als Matti, en
gaat met ons een leuk plekje zoeken. Er is verder niemand en zij wijst ons de
plekjes waar wij het beste uitzicht hebben op het meer. Wanneer ik even over
schaduw begin roept ze ook Bartho erbij en op hun aanwijzingen vinden we ons
inziens een redelijk schaduwrijke plek onder een olijfboom. We krijgen nog een
grote parasol in bruikleen en mogen een paar campingstoeltjes pakken. We weten
nu al zeker, dat we hier morgen niet zullen vertrekken.
De camping is pas dit jaar geopend en is in terrassen aangelegd in een olijfboomgaard.
Er is verder een bar, waar je ook heel goed kunt eten, een goed sanitairblok,
een huisje voor de beheerders en een hondenhok voor Pluto, de grote herdershondachtige
campinghond. Verder is nog aanwezig: Motti, een dement hondje, soort opgeblazen
pincher, tong constant uit de bek, loopt scheef als een kreeft en blaft als
Pluto blaft, alleen weet hij niet waarom. Motti wordt dan ook voordat het donker
wordt opgeborgen, want anders kunnen ze hem niet weer vinden en hijzelf weet
het allemaal niet meer zo goed. Motti is dan ook al twaa
lf
jaar.
Wanneer we nadat we de tent hebben opgezet op het terras iets drinken, komen
er nog twee auto’s, waaruit een familie rolt. Ik denk 2 zussen met echtgenoten,
een peutertje, en nog een meisje en jongen, ook aanverwante familie. Precies
hoogte krijg ik er niet van. We mogen op korte afstand gissen en meegenieten,
want ze zetten hun twee tenten vlak tegen ons aan terwijl er een zee van ruimte
op de camping is. Ach, wij vinden het wel komisch; dit is Spanje. Ze spannen
een groot zeil tussen de 2 tenten en hebben zo een overschaduwd terras.
Tegen negen uur verdwijnen Bartho en Matti en komen even later gedoucht terug.
Matti verdwijnt in de keuken en Bartho doet de bar. ’s Avonds komen er
ook altijd wat Spaanse gasten eten en is het een gezellige drukte op het terras.
Pluto mag los rondscharrelen, maar na één verkeerde beweging gaat
hij aan de ketting voor zijn huis.
Pluto weet ook dat hij zelfs nog niet zijn leren neusstukje in de keuken mag
houden; het is zo komisch om te zien hoe die hond op een subtiele manier steeds
weer de aandacht naar zich toe weet te trekken. Ook wanneer er gegeten wordt
op het terras, wordt Pluto vaak weggebracht. Motti is dan allang opgeborgen,
want Motti weet het allemaal niet meer zo goed.
We eten prima en nemen na afloop nog een drankje; ik 2 Anisjes, waarvan ik de
volgende dag vind dat het beter één had kunnen zijn.
De v
olgende
dag dus blijven we. We ontbijten voor de tent, zetten koffie, lezen, vermaken
ons om de buren, de jongen van 14 zet steeds de radio hard aan met discomuziek,
maar zodra een oudere de kans krijgt, gaat hij zachter en vaak wordt de zender
op leuke Spaanse muziek afgestemd. We zwemmen, lezen, eten een bobardillo, gaan
weer zwemmen, lezen, biertje, olijven, eten. Het is heel goed vol te houden.
’s Avonds komt de volle maan prachtig in een roodkoperen tint op boven
het meer. Bartho, druk bezig in de bar, ziet het ook en roept: “Matti,
la luna”. Matti moet even uit de keuken komen, de gasten vergeten
en even met Bartho naar de maan kijken.
Wanneer we Matti vragen om een advies voor een voorgerecht, beveelt ze ons een
speciale salade aan, maar volgens haar kunnen we best één bestellen,
daar hebben we met z’n tweeën meer dan genoeg aan. Wat een heerlijke
mensen.
Na mijn afscheidsanisje krijg ik van Bartho nog een anisje van het huis en Henk
z’n cognacje wordt ook nog een keer aangevuld. Bij het afscheid nemen
worden we hartelijk gekust.
De volgende ochtend geven we Pluto, die nog vast zit bij zijn hok, een restje
boterham, waarvan hij eerst de chocopasta aflebbert.
Wat hebben we ons hier heerlijk gevoeld. Maar ja, we zijn er nog niet; we moeten
verder.