Ook deze tocht was weer fantastisch.
Maar we beginnen eerst met even stil te staan bij Henk z’n verjaardag.
We ontbijten rustig op een pleintje en fietsen daarna het stadje uit. Het wordt
even lastig. We twijfelen of we de goede route wel nemen. We komen op een nieuwe
weg en volgens mij klopt er iets niet. Na enig turen op de kaart besluiten we
via een binnenweggetje terug te fietsen. Aan het eind van het weggetje moeten
we over een hoge loopbrug over een spoorwegtraject
en staan weer op een industrieterrein waar we al eerder zijn geweest. We fietsen
een andere kant op en vragen een man naar de goede weg. We worden weer terug
gestuurd over de weg waar we begonnen waren; ik blijf ongerust, maar uiteindelijk
klopt het toch. We fietsen de hele dag door olijfboomgaarden, daarbij klimmend
en dalend, maar niet vervelend. Er komen ons 2 fietsers tegemoet, 2 jonge mannen
uit omgeving Blokzijl, die de route volgens het boekje fietsen. Aangezien wij
het grootste gedeelte van de tocht gehad hebben, voorzien wij hen van praktische
informatie. Eén van de mannen ziet er nogal tegenop van wat komen gaat
en dan met name de percentages van de klimmen. We hebben hen niet ontmoedigd,
ook niet verteld hoe heftig sommige zijn; ze komen er wel achter. Wel heb ik
gezegd, dat wanneer het moeilijk gaat, hij gewoon zo af en toe moet stoppen
en relativeren. Elke honderd meter is weer een eindje dichter bij de top. De
jongen kijkt wat minder bedenkelijk en heeft zich hopelijk met deze woorden
in zijn achterhoofd over de klimmen voor Molina heen geworsteld. Ik hoop nog
wat van ze te horen.
Olijven,
olijven, olijven, niks anders dan olijven. Het ruikt er zelfs naar olijven.
Het is zo geweldig mooi; vergezichten, met niks anders dan boomgaarden, met
hier en daar een boerderij. De kleuren zijn ook zo mooi; blauwe lucht en zilvergroene
boomgaarden, met daaronder lichtgrijs zand. We krijgen er niet genoeg van. Onder
de bomen zijn cirkels getrokken. Later horen we dat dat is gedaan om bij regen
zoveel mogelijk water naar de boomwortels te laten stromen. We komen in een
wit dorpje waar een paar oude olijfperswerktuigen
staan uitgestald. Daarna fietsen we weer over een zeer eenzame weg tussen de
olijfboomgaarden. Ik schrijf het steeds opnieuw, ik zei onderweg dan ook regelmatig:
“oh, wat mooi, wat geweldig mooi”. Ik was helemaal
lyrisch van het landschap.
In Baena gaan we naar de hostal Comidas Camas midden in het stadje, aan een
drukke N weg die dwars door de stad loopt. De hostal oogt echter zoals een hostal
moet ogen. Eenvoudig en uitnodigend voor reizigers. We raken even aan de praat
met een paar Engelse fietsers, die wat rondtoeren in deze omgeving; ze zijn
al
ver in de zestig, dus we kunnen nog even.
We eten eerst een portie olijven met bier, heerlijke combinatie, douchen ons,
doen het wasje en hangen dat aan de buitenkant van het kozijn aan de straatkant
te drogen; dat moet volgens ons kunnen. Daarna wandelen we even het stadje in,
maar naar het oude gedeelte toe is zo ontzettend steil, en onze schenen doen
al snel zoveel pijn, dat we weer terug lopen. Henk is tenslotte nog steeds jarig
en dan mag je kiezen wat je graag wilt doen. Terras en bier komt het dan al
snel op uit. We eten daarna ook op het terras voor de hostal en het was prima.
En toen was al heel snel Henk zijn verjaardag voorbij.