Volgens het boekje hebben we vandaag maar 85 km te gaan. En datzelfde boekje
geeft ons de indruk dat alles over een vlakke weg zal gaan. Goed de weg was
dan wel vlak, maar wel vals vlak; vertaald: licht oplopend en echt niet helemaal
heuvelvrij. Maar ja wij rijden de route omgekeerd en vanaf de andere kant voelt
het vast platter. Oh en als je dan bedenkt, dat als je die weg rijdt vanaf de
andere kant met een windje in de rug …….. Wij willen het daar gewoon
niet over hebben.
Ik begin even opnieuw, nu zonder gemopper en gezeur, gewoon de realiteit. Vanaf
Manzanares gaan we eerst licht stijgend en daarna weer licht dalend, uiteraard
wel met tegenwind, door een leeg landschap naar
Moral de Calatrava. Hier belanden we eerst op een markt, op zoek naar brood.
We vinden helaas geen marktkraam van bakkerij Stoepje. Wel zie ik een grote
kerk waar ik even aan wil snuffelen. Henk zet inmiddels de speurtocht naar de
bakker voort. Ik hijs mijn fiets tegen een stoep op en loop daarna naar het
midden van het grote plein op weg naar een ingang van de kolossale kerk. Ik
neem de
omgeving eens beter op en zie dat rondom het plein allemaal bomen staan en onder
die bomen bankjes. Op bijna alle bankjes zitten mannen, waarschijnlijk gepensioneerd
gezien hun vermoedelijke leeftijd. Mochten ze al de plaatselijke nieuwtjes aan
het uitwisselen zijn geweest, het gesprek ligt nu in ieder geval even stil.
Ze zitten allemaal naar mij te staren; ‘wat doet zo’n vrouw hier
alleen op de fiets’ en ik heb het gevoel dat mijn fietsbroek wel heel
erg korte pijpen heeft en ik krijg een beetje onzedig gevoel. Ik verman me en
denk: “laat maar lekker gluren, zo vaak zullen ze niet zulke gespierde
dameskuiten zien”. De kerk blijkt hermetisch gesloten en ik ga op het
enige vrije bankje, dat in de zon staat, zit
ten.
Even later komt Henk eraan, maar nog steeds zonder brood. We moéten voorraad
inslaan voordat we dit stadje verlaten. Na wat gevraag komen we bij een zeer
goed verstopte supermarkt, waar we brood, beleg en cola kunnen kopen.
Daarna fietsen we over een mooie weg, langs wijngaarden
en olijfboomgaarden naar Puertollano.
Voor Puertollano komen we nog door een klein stadje. Ook hier wordt feest gevierd
en even buiten de stad staan tenten opgesteld, waar s’avonds stierengevechten
plaats gaan vinden. We zien buiten de arena al torero’s bezig hun paarden
te trainen. Je proeft de spanning.
Wij fietsen door en komen uiteindelijk in Puertollano, een behoorlijke stad.
Na wat gezoek vinden we het hotel dat ons geadviseerd is door de Belgjes. Helaas,
geen plaats. Wij denken dat dat door onze fietskleren komt; het is nogal een
sjiek hotel. Op naar de volgende; weer geen kamer. Zo gaan we er zeker nog 6
bij langs. Bij de laatste krijgen we te horen dat in heel Puertollano geen kamer
meer vrij is. Hij wil wel even bellen naar een stadje 40 km verderop. Henk legt
uit dat we geen 40 km meer kunnen fietsen. Daarna krijgen we een bidon met water,
aangevuld met ijsblokjes.
We besluiten terug te fietsen naar het stadje 6 km terug. Wanneer we bij een
bar vragen waar een hostal is, wordt er eerst bedenkelijk gedaan. Daarna worden
we toch verwezen naar een hostal net buiten de stad. Ik heb een vaag vermoeden
dat dat wel eens dat sobere gebouw zou kunnen zijn, dat ik bij binnenkomst in
de stad heb gezien. Mijn vermoeden klopt, blijkt al snel. Laat mij het verhaal
dat hier op volgt maar in een apart hoofdstuk vertellen.
CASA NATALIO
De kamer
Er blijkt nog één kamer vrij te zijn in het bijgebouw, waar een
twintigtal kamers worden verhuurd. Onze fietsen mogen in de hal geschoven worden
en het meisje laat de kamer zien. Het is niet bijzonder, maar we hebben geen
keuze. Ze laat ons daarna de badkamer zien, één voor heren en
één voor dames.
De kamer is schoon maar ruikt wat bedompt. Ik doe daarom het raam direct open
en tot mijn stomme verwondering komt dit uit op het algemene zitje in een nis
naast onze kamer, waar een bankstel en tafeltje staan. We kijken elkaar schaapachtig
aan en het resulteert bij mij is al snel in een lachbui. We laten het raam toch
maar open staan voor mogelijk iets frisse lucht, de rolgordijnen doen we dicht.
Gauw douchen, het is nu nog rustig. In de badkamer is tevens het enige toilet
voor de 20 kamers. Het voelt allemaal wat ongemakkelijk. Dat wordt nog erger
wanneer ik het douchegordijn van de wand trek. Wat nu. Er wordt tussendoor nog
eens aan mijn deur gerukt.
Wanneer ik niemand meer op de gang hoor, spoed ik mij naar Henk met de vraag
snel het douchegordijn weer op te hangen. Henk bekijkt alles eens van de technische
kant en zet daarna het gordijn in de hoek tegen de muur. ‘Niet meer te
repareren’, is zijn conclusie.
De jurk
Ik ga me in ieder geval leuk kleden vanavond en trek mijn rok aan. Daarna begeven
we ons naar het terras voor een biertje en wat olijven. Ah, er lopen een aantal
poezen rond en ik ben dan altijd in voor een goed gesprek. “Hé
kijk nou eens, je hebt een jurk aan in dezelfde kleuren als mijn rok“
zeg ik tegen de magere maar toch meest sterk ogende poes, voorzien van e
en
vale vacht met een streepjes- en cirkeltjes patroon, in de kleuren goor wit,
gebleekt oranje en asemmer-grijs, die al snel naast ons tafeltje staat met de
vraag: “valt hier iets te schooien?”
Ze, het is een vrouw, op de een of andere manier zie ik dat altijd aan de voorkant,
heeft een lief gezicht, brede neus, koperkleurige ogen, waaruit ze iets te brutaal
kijkt. “Haal die vieze kat toch niet aan” bromt Henk, maar de aangesproken
poes vindt inmiddels dat zij haar verzoek kracht bij moet zetten, door met haar
poot aan mijn rok te trekken. De rest van onze communicatie (met poes dus) zal
ik hier niet vermelden.
Ietsjes verder van de tafel verwijderd zit een witte poes met hier en daar
een rode vlek, bijzondere kernmerken: ontzettend lief kopje en dat weet ze ook.
Ze durft alleen niet bij de tafel te komen als de jurk er ook is; dan nog een
klein zwartje, die bezig is om alle dwarrelende blaadjes stil te leggen. Hij,
het is een hij, kan niet rustig lopen en is hyperactief. Dan is er nog een klein
vaal rood poesje, heel timide en krijgt dan ook niet veel van de tafels toegeschoven.
Gelukkig zie ik dat iemand van het personeel hem wat geeft. Dit poesje zou ik
mee willen nemen alvast ter reserve voor Pollie (eigen kat), die de laatste
tijd de neiging heeft er de brui aan te willen geven.
De volgende ochtend zijn de familielijnen mij duidelijk. Ik vind de poezen met
z’n allen samengeklonterd op één stoel, behalve de witte
met rode vlekken. Het zijn allemaal kinderen van de jurk, maar de witte met
rood is al te groot om nog bij mama te slapen en zij blaast haar dan ook weg,
maar niet al te agressief. De jurk is druk bezig haar kroost te wassen. Ze klemt
de kattenkopjes stijf tussen haar voorpoten en raspt met haar tong over de ogen
en wangen. Het draait al snel uit op gestoei en het kleine vaaltje valt van
de stoel. Nog is het niet voorbij. Ma heeft nog steeds Zwartje klem, maar door
haar inspanning zwaait ze erg heftig met de naast de stoel hangende staart.
Vaaltje vindt het niet om aan te zien; die staart moet stil hangen. Vaaltje
slaat naar de staart; even later rolt door een windvlaag een leeg bekertje over
het terras. De jurk is even afgeleid en ook Zwartje ontsnapt aan haar gepoets.
Ook de kattenwereld zit vol plichten en taken, maar lijkt mij toch iets simpeler
dan een mensenleven.
Het terras
Er komen steeds meer mensen hun aperitief en tapa’s halen na werktijd
en het terras stroomt langzaam vol. Ik krijg het druk met inschatten wie ze
zijn, waarom ze hier zitten en noem maar op. Aan het tafeltje voor ons zit een
familie vrolijk kabalig te eten en aan het tafeltje erachter een man alleen
die bij zich zo af en toe ook even met het gesprek bemoeid. Hij laat regelmatig
zijn glaasje opnieuw vullen en zakt daarbij steeds verder over de tafel. Naast
ons tafeltje zit een oudere man met een jonge meid. Ze ziet er leuk uit, heeft
een knap gezicht, is te sexy gekleed en doet een beetje aandachttrekkerig gespeeld
naïef en komt daardoor een beetje hoerig over. Ik kom er niet uit wat haar
relatie met de man is. Ze roept ook zo af en toe even iets naar de man boven
zijn glas en brengt hem een sigaret. Zelf bestelt ze cocktails en neemt daar
een bord gefrituurde inktvis bij. De jurk en kinderen verhuizen daarom naar
haar tafel en gaan er in een kring omheen zitten.
In de hoek van het terras staat een gedekte tafel voor acht personen en achter
mij net zo’n tafel. Het personeel is erg druk en er heerst een leuke spanning.
Ze zijn erg bedrijvig met het verder perfectioneren van de lange rijen tafels
die onder een afdak staan en in de grote zaal in het restaurant. Je voelt dat
er vanavond wat staat te gebeuren. Je ziet steeds meer personeel keurig gekleed
en gedoucht, de haren vaak nog nat, van boven komen, waar ze zich hebben verkleed
voor iets dat staat te gebeuren.
Wij hebben tussendoor eten gekregen,de dagschotel; best lekker.
Ineens zie ik twee torero’s voorbij het terras lopen, nog in werktenue,
een prachtig wit pak met gouden biezen. Ze gaan regelrecht door naar het gebouw
waar de slaapgelegenheden zijn. Even later komt er een vrachtauto de parkeerplaats
oprijden, waarvan de trailer prachtig is beschilderd met paarden en stieren.
Wat een schitterende auto. Ook deze mannen verdwijnen in het slaapgebouw. Inmiddels
moet ik naar het toilet, maar dit blijkt niet mogelijk, hij zit op slot. Achteraf
blijkt, dat de torero’s mijn badkamer maar genomen hebben, want bij de
heren was alles al bezet. Wanneer ik eindelijk de deur los vindt, constateer
ik dat het douchegordijn weer aan de muur zit.
De torero’s, hun managers en de paardenverzorgers, nemen even later plaats
aan één van de gedekte tafels waar ik goed zicht op heb. Het valt
me op dat de torero’s, nu weer gekleed als de gewone man, geen alcohol
drinken.
Inmiddels is er schuin tegenover ons ook een gedouchte jongeman (ongeveer 30)
gaan zitten, met het zicht op de tafel naast ons waar inmiddels het een en ander
te aanschouwen valt. Een jongen van de bediening komt opvallend veel bij de
tafel waar het dellerige meisje veel kabaal maakt en graag op wil vallen. Ook
komt het zoontje van de baas, ongeveer 14, een gezellige dikkerd met een olijk
gezicht ook regelmatig even buurten en prikt daarbij vaak even met zijn vinger
in haar bovenarm, waarbij zij dan verontwaardig kirt. De jongen alleen aan een
tafel, de dertiger, kijkt mij regelmatig even aan, want hij ziet dat ik net
zo geniet van de taferelen op het terras dan hij. De meid, begint na haar zoveelste
drankje te flikflooien met de oudere man, toch zeker zo’n 60-65 en nou
niet bepaald het type, waarmee je in nuchtere toestand het mee aan zou pappen.
Ze zoent hem zo af en toe eens recht op z’n mond en hij blijft er onaangedaan
bij zitten.
De man met het inmiddels al weer lege glas en inmiddels zijn hoofd óp
het tafelblad krijgt volgens mij nog zijn laatste drankje, want de ober houdt
er een verhaaltje bij en de bediening gaat in zijn richting niet vlot. De meid
brengt hem nog een sigaretje, daarbij, vooral door haar luid gepraat en ook
deze man een kus gevend, de aandacht vooral naar zichzelf toe trekkend.
Er heerst nog steeds een vrolijke gezonde spanning onder het personeel; er
wordt nog eens een schermpje verplaatst onder allerlei aanwijzingen van meedenkers,
zodat het schermpje uiteindelijk weer op precies de zelfde plek staat.
We horen een zware motor aankomen. Even later komt er een grote lange man in
leer, vriendelijke zelfverzekerde uitstraling, met in zijn kielzog een tengere
kleine vrouw, donker kort geknipt haar en een pittige uitstraling, het terras
oplopen.
De gedekte rijen tafels worden door hem geïnspecteerd en er vinden wat
organisatorische uitwisselingen plaats. Het is trouwens al 23.00 uur; wat gaat
hier toch gebeuren!
Niet veel later horen we weer motoren aankomen. De lange man gaat met zijn handen
op de rug bij het hek staan en verwelkomt de nieuwelingen. Nu zie ik ook het
nut van de schermen; wanneer de nieuw aangekomenen daar doorheen gaan moeten
ze een pasje laten zien. Al gauw komen er steeds meer motoren. Ongelooflijk,
wat een toestroom. Alle motoren worden langs de weg of in het park tegenover
gestald. Ik ga eens buiten het hek kijken en zie dat de Guardia Civil het verkeer
staat te regelen. Het blijft maar door en door gaan. Tegen twaalf uur wordt
het een beetje rustiger, maar dan zijn er ook wel zo’n 400 motorrijders
gearriveerd. Dat zal dus wat worden vannacht als dat hele spul weer vertrekt.
Wij gaan maar naar bed. De 30-tiger, waarmee ik vanavond een ‘blik van
verstandhoudingscontact’ mee had, gaat tegelijk met ons mee; hij heeft
op ons gewacht want hij heeft de sleutel niet bij zich.