We staan vroeg op want om half negen moeten we aan de kant van de weg staan,
dan zal de bus naar Cuenca vanzelf stoppen en ons meenemen, is ons door de receptie
meegedeeld. Om 8.40 uur is er echter nog geen bus. Ik kijk eens achterom richting
camping, waar ik een auto van het terrein aan hoor komen; een mooie nieuwe Passat.
Hij stopt en de vriendelijke (knappe) Spanjaard vraagt of hij ons een lift aan
kan bieden naar Cuenca. Heel graag natuurlijk, want we vermoeden de bus gemist
te hebben en hij rijdt maar één keer per dag. Eerst wil hij ons
bij het busstation in de benedenstad uitzetten en legt ons het systeem van het
busvervoer uit. Ach, hij wil ons ook wel halverwege de bovenstad uitzetten.
Het draait er op uit dat hij ons helemaal naar boven naar de oude stad brengt,
naar de Parador. Via een gammel uitziende smalle ijzeren brug, steken we de
kloof van de rivier de Huecar over, met een schitterend uitzicht op de hangende
huizen (las Casas Colgadas). Er zijn 3 stadswandelingen uitgezet; we doen er
2.
De geschiedenis van de oude stad gaat terug tot in de prehistorie. Uit deze
periode zijn nog rotstekeningen te vinden. De stad heeft een aparte kathedraal,
gebouwd op de fundamenten van een moskee. De voorgevel
van de kerk is een aantal malen ingestort en elke keer werd hij weer anders
opgebouwd. Nu heeft men hem weer hersteld zoals hij de eerste keer is
gebouwd. De hangende huizen, zeer bekend van de vele schilderingen die hiervan
gemaakt zijn, stammen uit de late middeleeuwen. Ze hebben een magnifiek uitzicht
op de kloof en werden zelfs een poosje als zomerverblijf gebruikt door Spaanse
koningen. De stad heeft verder prachtige oude kerkjes,
kleine steegjes met doorkijkjes op de kloven. Ik wil nog graag naar een Hermita,
alleen om er te komen moeten we nogal dalen en dus later ook weer klimmen. Het
is wel de inspanning waard. Het is een erg plechtig kerkje, waar heel veel rust
van uit straalt. We zijn er even blijven zitten.
Daarna
terug naar de Plaza Major, waarna we aan wandelroute 2 beginnen. Ook nu lopen
we door een prachtig oud stadsgedeelte en komen uit op de Plaza Mangana met
een minaretachtige toren, overblijfsel van een
moors kasteel dat hier ooit heeft gestaan. Helaas is het plein in restauratie.
Via een paar steile straten en trappen dalen we af uit de oude stad en slenteren
daarna naar de contrasterende benedenstad. We komen in een winkelstraat, waar
ik mooie kledingzaken vind en leuke schoenenwinkels. Maar helaas kan ik moeilijk
iets meenemen. We vinden het busstation en na naar één van de
vele loketten verwezen te zijn voor een kaartje gaan we om half 3 met de enige
en laatste bus weer naar Embid en worden bij de camping uitgezet.
Het is trouwens helemaal niet warm. Volgens mij is de zomerwarmte al aan het
vertrekken; Cuenca staat namelijk bekend als de koudste stad van Spanje. Hete
zomers en zeer koude winters. De gemiddelde temperatuur is 12 graden.
Het waait inmiddels weer ontzettend hard en wanneer we naar het terras gaan
om even te lezen, waaien de stoelen ons al tegemoet. Het boek ‘Kroniek
van een aangekondigde dood’ van Gabriel García Márquez boeit
echter zo, dat ik te laat merk, dat ik verkleumd ben.
Gauw naar de tent, warme kleren aan, sokken en schoenen, koken, nog koud, dan
maar warm proberen te wandelen, maar de kou is moeilijk te verdrijven. Gevolg:
zweten, koud, zweten, en een iets te soepele stoelgang. Gauw in de slaapzak;
rits tot boven aan toe dicht, toch maar weer open, nee ietsjes dichter. Toch
val ik op een gegeven moment in slaap, wel onrustig want het waait nog steeds
erg hard en ik maak me zorgen om de tegenwind die we ongetwijfeld morgen weer
zullen hebben.