Wanneer we vanmorgen om 8 uur op staan, is het amper 10 graden. Ik denk aan
mijn lange broek, die we hebben opgestuurd
naar huis; waar zou hij zijn. We doen in ieder geval de jasjes aan tegen de
kou. Hopelijk komt de zon snel over de bergen. We urmen
ons door de campingpoort en om half negen staan we in het dorp bij de bakker.
De auto van de campingbeheerster staat aan het pleintje waar we even later op
een bankje ontbijten. Voornamelijk stijgend gaan we richting Cuenca, ons einddoel
voor deze dag. Het klimmen van gisteren zit ons nog aardig in de benen en we
zijn blij dat er maar 50 km voor vandaag staat gepland. In Mariana
eten en drinken we wat op het dorpsplein; we schatten dat het nog zo’n
7 km is naar de camping. We komen bij een nieuw aangelegde weg; een hele verbetering
constateren we, maar wel erg druk met grote grindauto’s. Gelukkig is er
een brede vluchtstrook; die is dus voor ons. We stijgen en stijgen; 5% staat
er op een bord, maar volgens ons was de 7% op, zodat ze deze maar geplaatst
hebben. Er had echter al lang een afslag richting Embid geweest moeten zijn.
Ik inspecteer de kaart en zeg tegen Henk dat we weer terug moeten, dus van de
andere kant de 7%-ter nemen, die we inmiddels afgedaald zijn. Beiden hebben
we daar helemaal geen zin in en Henk vindt het een goed voorstel door te fietsen
naar Cuenca en van daaruit in tegenovergestelde richting de camping te benaderen.
In Cuenca is het even naar de bekende weg vragen. Dat gaat vrij gemakkelijk,
want het is een mooie toer
istische
route, door de Hoz (kloof) de Jucar, bij de Cuencenaren goed bekend. We denken
dat het vroeger de oude hoofdweg is geweest, welke is vervangen door de nieuwe
weg waar we overheen gefietst zijn. Deze nieuwe weg staat niet op onze kaart,
vandaar de miskleun.
Heerlijk; we mogen even voelen hoe het voor de wind fietsen voelt. Wat een verschil
zeg; wat gaat dat een stuk makkelijker. Zou daarom het boekje maar vanaf één
kant beschreven zijn; waait het altijd vanuit het zuiden?
We komen op een prachtige camping met een schitterend
toiletgebouw, voorzien van muziek ‘terwijl u werkt’. Wanneer
wij ons tentje opzetten op een heus grasveld, krijgen we van Engelsen naast
ons, met in hun camper een koelkast, 2 koude biertjes aangeboden. Heerlijk.
We willen even gaan zwemmen in het prachtige zwembad, dat we bij binnenkomst
hebben gezien. Er zijn mooie rotspartijen bij aangelegd, waar naar alle waarschijnlijkheid
een waterglijbaan door loopt, fonteinen en een aparte vorm van bad. De belgjes
hadden al gezegd dat het beslist ‘ene aanrader’ was om daar te gaan
zwemmen. In zwemtenue, Henk met een redelijke handdoek, ik met mijn reserve15
x 40 formaat, omdat ik mijn handdoek ergens heb laten hangen, begeven we ons
richting bad, maar halverwege worden we al tegen gehouden. “Sorry, maar
het zwembad is per 1 september gesloten”.
Wanneer we even later op het terras zitten, zien we 2 fietsers aankomen. Ik begroet hen spontaan en even later zitten we met een paar in Spanje wonende en nu op de fiets het achterland verkennende Nederlanders achter een pilsje gezellig te kletsen. Ik heb geen zin in koken en we blijven lekker op het terras lezen, route bestuderen en nog later het binnenkomen van de grindauto’s volgend, wel zo’n 15, die we vanmiddag al eerder gezien hebben op de nieuwe weg. Het blijkt dat de chauffeurs door de week slapen in de recreatiehuisjes op het terrein. Ook zij koken niet zelf en komen na gedoucht te zijn, ook gezellig mee-eten. Er valt dus weer van alles te zien en te fantaseren.