In alle rust breken we
op; eerst ontbijten op ons terras met uitzicht op het stadje. Pas om half elf
vertrekken we. Het eerste deel van de tocht is merendeels vals plat met
zo'n 4% stijging, meestal over de hoogvlakte en weer die tegenwind. Na zo'n
25 km rollen we over een heus fietspad
El Burgo de Osma binnen, een prachtig oud stadje met een schitterende kathedraal
en straatjes met arcades. We drinken koffie op de Major.
Verder fietsend over hoogvlaktes ontdekken we
een veld met gieren. We zien ze nu van vrij dichtbij
; wat een machtige vogels. Even later ontdekken we hoog op de heuvel de
muren van een tot ruïne vervallen moors kasteel (bouwjaar 956-966) liggen. Beiden
hebben we het gevoel dat we er niet zo nodig naar toe hoeven. We fietsen er
in een boog omheen, met steeds weer vanuit een andere invalshoek zicht op de
muren van het 400 meter lange bouwwerk. Ook dit kasteel werd door El Cid in
1074 veroverd.
We fietsen door naar Berlanga de Duero.
Ook hier heeft El Cid geleefd. Hij heeft het indertijd cadeau
gekregen van Koning Alfonso in 1089. Lang blijven
we er niet hangen, want we moeten verder en de routebeschrijving belooft
ons nog wat klimwerk. De hoogvlakte waar
we nu rijden is zo ontzettend mooi. Ik ben nogal onder de indruk van de 'tafelberg',
die in de verte de horizon verfraait. Het boekje beveelt ons aan om vooral even
van de route af te wijken om de Hermita de San Berlanga te bezoeken. De kapel
is gebouwd in de tijd van El Cid en geldt als een van de meest uitgesproken
voorbeelde
n van vroeg-romaanse cultuur. We zwoegen naar
boven en voor het eerst moet ik het lichtste verzet gebruiken. We komen
aan bij een stenen vierkant gebouw met een zo goed als plat dak. Slik, is dat
alles? Het is naar mijn mening ook nog eens te mooi gerestaureerd. We zoeven
daarna naar beneden en fietsen verder naar Caltojar een pitoresk dorpje,
waar we volgens de beschrijving inkopen kunnen doen. Het is inderdaad een erg
mooi dorpje met een fraaie kerk. Een paar kinderen vragen ons of
we de kerk van binnen willen bezichtigen. Natuurlijk willen we dat graag en
zij gaan op stap om de sleutel te halen. Helaas blijkt de sleutelbewaarster
niet thuis te zijn; jammer, maar waar is de supermarkt? Er wordt niet gewezen
maar druk gepraat en een jongetje zegt dat we mee moeten gaan naar zijn padre,
de patroon van de dorpsbar, want zijn padre spreekt Engels. Even later
vertelt (een erg mooie; Henk is dat minder opgevallen) padre ons dat er in het
dorp geen winkel meer is. Op de muur van zijn bar zijn trouwens vale
wandschilderingen van Pablo Picasso waar te nemen. Ook wanneer we het
dorp uitrijden, zien we er nog een paar op een muur.
We hebben een probleem. In
Rello, de eerstvolgende plaats over ongeveer 20 km en ons einddoel, schijnen
ook geen winkels te zijn, laat staan een
bakker. Ach, echt zorgen maak ik
me niet; we hebben voedzame hartkeks en een zak muesli. Als je weet dat je niet
teveel eten meer hebt, gaat dat gelijk ergens knagen en Henk krijgt last van
de hongerklop.
Geen probleem, want we hebben nog Mueslirepen. Voor de zekerheid, we moeten
nog behoorlijk klimmen, duwen we er ook nog een paar hartkeks achteraan en maken
ons op de laatste klim van de dag. Bij Rello aangekomen duwen we de
fiets over het steile toegangsweggetje naar boven en door de stadspoort het schitterende
en goed bewaarde Middeleeuwse stadje
binnen. De hele muur is nog in tact of gerestaureerd en de huizen zijn ook
in de oude stijl opgeknapt. Het is er totaal niet toeristisch. Eén bar voor
de plaatselijke bevolking en gasten mogen er ook gerust hun dorst komen lessen.
Verder aan het eind van het stadje een kerk, waar een aantal vrouwen + een man
bezig zijn met de grote schoonmaak van de kerk. Er wordt gezongen, kleden naar
buiten gedragen en geklopt, zodat het stof rond vliegt. In ons boekje staat
dat wij onze tent mogen opzetten bij de hermita, maar bij deze kerk is
een heel klein grasveldje, dat lijkt ons niet goed toe. We informeren even bij
de poetsmeneer en uit zijn gebaren begrijpen wij, dat buiten de stadsmuur de
hermita moet zijn. Door een andere poort zien we inderdaad de hermita liggen
en we brengen de fiets erheen en gaan op een groot rotsblok zitten te genieten van het
uitzicht . Dorst brengt ons weer in beweging richting bar en of we daar
of op het rotsblok het boekje "Wat en hoe in het Spaans" zijn kwijtgeraakt,
we zullen er waarschijnlijk nooit achterkomen. We missen het een paar dagen
later, maar met gebarentaal lukt het net zo goed ondervinden we.
Wanneer we in de bar vragen
of we ergens een hapje kunnen eten antwoordt de vriendelijke vrouw dat er geen
restaurant is, maar dat zij wel iets voor ons klaar wil maken. We spreken af
dat we om 21.00 uur terug komen en gaan terug naar de hermita waar we
vast de tent opzetten. Zoals afgesproken krijgen we 's avonds een maaltijd voorgezet;
eerst een grote ensalata, daarna lomo (een soort casseler rib) met per persoon
2 spiegeleieren, opgesierd met tomaten en nog wat groente uit de tuin. Als toetje
diverse soorten fruit. Natuurlijk nog een soberanootje na (of waren het er 2?);
met de genoten wijn is het in ieder geval voldoende om de nacht warm door te
komen. Henk doet alvast zijn lenzen uit op het toilet bij de bar; bij de tent
is het pikkedonker. Wanneer ik zo snel mogelijk in de slaapzak schuif, is Henk
nog aan het rommelen. "Waar zijn mijn lenzen; ik zie mijn lenzen niet". "Dat
zal wel kloppen" grap ik "want je hebt geen lenzen in". Het is niet leuk, het
hoofdlampje wordt ter hand genomen, maar wat Henk ook zoekt, geen lenzen, terwijl
hij zeker weet dat hij ze in zijn broekzak gestopt heeft. "Henk,
please ga slapen, ik wil dit gedoe niet meer
midden in de nacht; ik word er zo wakker van". Henk kleedt zich weer aan en
even later laat hij mij moederziel alleen in de tent bij de hermita en gaat
terug naar de bar om te controleren of hij de lenzen daar heeft laten staan.
Ik probeer te slapen, maar het oor waar ik niet op lig, spitst zich toch wat
meer om eventuele verdachte geluiden te signaleren. Ik hoor gelukkig na een
poosje weer bekende voetstappen; Henk, nog steeds zonder lenzen, dus ook niet
in het toilet van de bar. De slaapzak wordt nog eens betast en ja hoor, in een
plooi ligt het lenzendoosje, waarschijnlijk bij het uitkleden uit de broekzak
gerold. Gelukkig, we mogen slapen. Mijn gespitste oor komt nog niet tot rust.
Ik hoor muisjes piepen, een uil oehoeboeroe-en, een vogel zielig krijsen. Wanneer
ik nog maar net slaap, moet ik al weer plassen. Na wat moed verzameld te hebben
om uit de warme slaapzak te kruipen en de kou in te moeten, rits ik de tent
open en wat ik dan zie, is overweldigend mooi. Een inkzwarte maar toch zeer
heldere hemel, bezaaid met ongelooflijk veel sterren. Zoiets heb ik nog
nooit gezien. De kou drijft mij al snel weer de tent in maar het beeld zal ik
niet weer vergeten. "Rello, een hoogtepunt van de tocht", schrijft Bert Sitters
in zijn boekje. Zou hij de sterrenhemel ook hebben gezien?
Weer word ik wakker; het lijkt of er iets aan het grondzeil van de tent knaagt. Ach, het zal wel verbeelding zijn; slapen gaan. .... Toch hoor ik het duidelijk. Dit moet een plasticvretertje zijn. Ik ga rechtop zitten. Henk wordt ook wakker. "Wat is er!". "Ik hoor een plasticvretertje". Henk z'n gezicht zie ik niet maar op de manier waarop hij zich omdraait, kan ik me er iets bij voorstellen. Hé, het geluid is weg. Zou het een 'plastic' snurkje van Henk zijn geweest? Nu ga ik echt slapen en word niet eerder weer wakker dan op het moment dat de wekker afloopt; acht uur.