Om 8 uur staan we op. Ons
was geadviseerd vroeg te starten en rond het middaguur siësta te houden
om zo niet op het heetst van de dag te hoeven fietsen. Het is niet nodig; de
thermometer wijst 8 graden aan wanneer we de tent uit komen. Kleumend eten we
ons ontbijt aan
een picknicktafel net buiten de camping, waarbij de regenjas aa
n gaat tegen de kou. Al snel daarna heb ik ook
mijn lange broek aan. Dit is helemaal tegen onze verwachting.
We fietsen door een mooi landschap
en mogen even ruiken aan een eerste serieuze klim. Na 7 kilometer wijken
we even van het pad af om het klooster San Pedro de Cardena te bezoeken.
Het klooster dateert uit de 9e eeuw. In de periode dat El Cid verbannen was
uit Burgos verbleef zijn vrouw Jemina hier. El Cid kwam regelmatig even 'buurten' en
Jemina krijgt hier haar kinderen. El Cid werd hier na zijn dood begraven
maar later is zijn graf verplaatst naar de kathedraal van Burgos. We
hebben geluk. Het lijkt er in eerste instantie op dat we niet naar binnen kunnen.
Een Spaans gezin doet echter nog wat extra moeite en de abt geeft ons daarna
persoonlijk een rondleiding door een gedeelte van het klooster. De dochter van
het gezin vertaalt wat de abt vertelt. Wanneer we tot slot nog wat vragen kunnen
stellen, vraag ik waar het legendarische paard Bavieca van El Cid ligt begraven.
De monnik moet erg lachen om deze onverwachte vraag en we worden daarna naar
buiten naar de zijkant van het klooster geleid. Er wordt ons aangewezen waar
het graf is en ik begrijp dat op 2 plaatsen een deel ligt. Maar of ik dat goed
heb begrepen ........
We fietsen verder over licht glooiende wegen en door oude dorpjes. We hebben veel tegenwind, maar ooit zullen we de wind ook wel eens meekrijgen, denken we op dat moment nog. In een van de dorpjes, waar we even de routebeschrijving bestuderen, fietst ons 'het jonge stel' achterop. Wij kunnen hen net behoeden voor verkeerd rijden. Wat onherroepelijk een of meerdere keren gebeurt tijdens een fietsvakantie is een lekke band; ook nu dus. Natuurlijk de achterband, het meeste lastige, maar Henk legt vakkundig een nieuwe binnenband aan. We pakken de route weer op en fietsen door oude middeleeuwse dorpjes met kolossale kerken. Voor Covarrubias, ons einddoel van deze dag, fietsen we door een mooie kloof en zien grote vogels roerloos boven ons in de lucht zweven. Gieren? "Ja Geier" zegt even later een Duitser die met een verrekijker de enorme vogels staat te observeren. Het is een prachtig gezicht. Op een vooruitstekende hoge rotspunt staan wel zo'n 20 gieren en zo af en toe stijgen er weer een paar op, cirkelen al zwevend hoog boven ons zonder ook maar een slag met de vleugels te maken. We vervolgen onze weg en komen in Covarrubias aan en staan even later op de camping, ongeveer een kilometer buiten het stadje, waar allereerst de dorst wordt gelest.
Daarna douchen. Een
Engelse blote mevrouw vertelt mij dat de achterste douche verstopt is. Het is
dan ook één groot waterballet in de damesdoucheruimte.Wanneer ik mij sta te
douchen hoor ik hoe zij haar dochtertje van ongeveer 2 jaar probeert te motiveren
onder de douche vandaan te komen. Het gaat heel gemoedelijk. Ineens komt er
een furieuze Spaanse mevrouw naar binnen en gaat vreselijk tekeer tegen de Engelse.
Engeland probeert Spanje duidelijk te maken dat zij juist aan de receptie doorgegeven
heeft dat er een overstroming heeft plaats gevonden, maar dat zij deze niet
heeft veroorzaakt. Er is duidelijk een taalprobleem, want Spanje begint steeds
bozer en luider te praten. Engeland heeft geluk want er komt een meisje binnen
dat beide talen spreekt. Spanje is echter zo over de rooie dat
zij niet meer kan luisteren en maar doorratelt. Inmiddels komt het
kleine kind ook onder de douche vandaan en begint heel luid "Be quiet please"
te roepen. Ik bescheur mij van het lachen en kom niet eerder uit mijn eigen
douchecabine als Spanje is vertrokken. Engeland staat nog steeds naakt te bekomen
van de schrik, maar als ze mijn lachende gezicht ziet, ziet ze er ook de humor
van in.
's Avonds wandelen Henk en
ik nog even naar het bijzonder
mooie vestingstadje uit de 10e eeuw met veel vakwerkhuizen en arcades.
Waar zullen we eten. We inspecteren de restaurants en menukaarten; de één
is te prijzig, de ander lijkt niet gezellig, de volgende heeft de deuren dicht.
"Laten wij maar naar het restaurant gaan op de camping. " Daar aangekomen
blijkt het niet open te zijn. Wij weer terug naar het stadje. Hetzelfde ritueel;
weer op de kaarten kijken, weer niet besluiten. "Er was ook nog een restaurant
halverwege de camping, laten we daar eens proberen". Weer door de poort van
het stadje; het restaurant lijkt niet zoveel soeps maar we stappen toch maar
naar binnen. Slik, het is een sjofele bar en de keuken lijkt niet open. Ook
hier vertrekken we weer. Wat nu. Maar weer richting stadje. Dan maar naar die
dure; we hebben honger. We gaan nog even op een terras zitten en zien dat de
deuren va
n het daarvoor gesloten restaurant open gaan.
We kijken niet meer op de kaart en stevenen direct naar binnen. De volle verlichting
wordt aan gedaan en al spoedig komen meer mensen binnen. Dan begint het ritueel:
"wat neem jij". Henk heeft al een paar keer de ervaring opgedaan, dat meestal
mijn keuze net iets lekkerder is dan die van hem en de laatste tijd bestelt
hij gewoon hetzelfde. Ik vind dat flauw, niet gedurfd, het
avontuur niet durven aan te gaan en zo haal ik Henk over iets anders 'spannends'
te kiezen. Even later krijg ik een bord met mooi opgemaakte salade
opgediend. Henk moet nog even wachten en vol verwachting kijken we in zijn schaaltje
dat even later voor hem wordt neergezet. We zijn beiden beduusd, het blijken 'kale'
doppertjes te zijn uit blik met minuscuul kleine stukjes ham erin. Het
verbouwereerde gezicht van Henk is een foto waard. Dapper begint hij aan de
doppertjes en gaat niet in op mijn toch wel iets van schuldgevoel ingegeven
aanbod om halverwege van borden te ruilen. Dit voorgerecht ga ik in ieder
geval thuis niet namaken.