Overstroming in de tent; het grondzeil heeft doorgelekt en hier en daar staat zelfs een klein plasje in de tent. Zouden we de tent niet goed afgespannen hebben? We zien dat de tentluier ergens een beetje onder de tent vandaan steekt en dat de achterste stukken tent tegen de binnentent hangen. Hij spant daar niet lekker af. Elke keer proberen we dat beter te doen, maar ook deze keer niet helemaal goed dus.
Het is koud wanneer we inpakken;
zo'n 15 graden, terwijl we er vanuit gingen dat we hooguit 's avonds een trui
aan zouden moeten. W
anneer we 15 minuten hebben gefietst moeten
de regenjassen
aan. Het is een mooie glooiende tocht een beetje à la Posbank, door uitgestrekte
graanvelden. In het feestelijk aangeklede stadje Bellorade nemen we koffie met
een gevulde koek en Tapas a la Casa. Ik maak even gebruik van hun stopcontact
om mijn GSM op te laden; ah, 2 SMS-jes; hm, een groet van Libertel en een welkomsboodschap
van Telefonika; niets van het thuisfront; ach zij leven gewoon door. We mogen
voordat we aan de pittige klim beginnen, nog even meegenieten van de optocht
in het stadje. Tijdens het klimmen zweten we en doen we de regenjasjes
uit maar na de afdaling constateren we dat we ze beter weer aan hadden kunnen trekken
tegen de kou. Maar voordat we zelf kunnen beslissen of we ze aan zullen doen
wordt er al voor ons besloten, want het regent inmiddels weer harder. Het is
koud; zo'n 13 graden geeft Henk zijn thermometer aan. Er volgen nog een paar
aardige klimmetjes. Wanneer we door een dorpje fietsen komt ons een blaffende
hond achterna. De overige honden in het dorp, door het geblaf geallarmeerd,
staan ons aan de kant van de weg al op te wachten met een blik in de ogen van
"ha, blote kuiten". Ik roep tegen Henk: "schreeuwen". Zelf roep ik alle v
erwensingen, die normaal gesproken
alleen gedacht worden, maar niet hardop uitgesproken. Het maakt indruk en de
kuiten blijven onbeschadigd. Wel is mijn knie inmiddels wat gaan zeuren, maar
gelukkig gaat het laatste stuk voornamelijk dalend naar Burgos. We rijden tot
in hartje Burgos, naar de brug waar het standbeeld van El Cid staat. Van daaruit
heb ik een routebeschrijving naar de camping buiten de stad en het klopt allemaal
perfect. We staan nu op camping Fuentes Blancas. Wanneer de tent staat komen
er nog een paar fietsers aan. Zij blijken een deel van de wereld befietst te
hebben en treffen voor het eerst sinds lange tijd weer Nederlanders. We raken
niet uitgepraat, totdat we ontdekken dat we behoorlijk verkleumd zijn. Zij blijven
morgen staan en wij ook zodat er nog wel gelegenheid komt om het gesprek voort
te zetten. De heerlijk warme douche brengt de verkleumde botten weer op
temperatuur. We eten in het restaurant op de camping en nemen in de bar
nog een Soberano (Spaanse cognac). Heerlijk doorgewarmd gaan we slapen.