Voor het laatst bijgewerkt op 20/09/05
Anekdotes
* Lange niet dom
* En dan ...?
* POEMA
* ... en waar gaat de mais-het hooi naar toe
* ... en wie gaat er mee 'aan de haal'?
* Wat vliegt daar
* Dieren
* Bloemen
* Oude bomen
GESCHIEDENIS
*Geschiedenis en ontstaan
*Paden krijgen namen
* Veluwsche Stoomtrein Maatschappij
* Bos 'Munsterman'
Januari
Februari
Maart
April
Mei
Juni
Juli
Augustus
September
Oktober
November
December
Zaterdag 15 januari 2005
Wanneer ik het slaapkamergordijn open trek, zie ik ijsbloemen op de ramen, zachtoranje gekleurd door de opkomende zon. Dit werkt als een magneet. Ik graai wat kleren bijelkaar, grijp mijn fototoestel, en zonder me eerst te wassen of te ontbijten, haast ik me richting Enk, bang om iets te missen.
Ik ben niet
de eerste. Er wordt een hond uitgelaten, een bromfiets haast zich richting
huis vermoed ik; zeker nachtdienst gehad bij een van de vele instellingen
in ons dorp.
Ik geniet van de kleuren, die steeds veranderen, bleker worden door de steeds
feller wordende zon. De sluiermist verzet zich nog een poosje, zodat de vorst
nog even in de gelegenheid is de rijp aan de struiken en grond nog wat aan
te dikken.
Vrijdag 21 januari 2005
Waauw,
het heeft vannacht gesneeuwd en nu schijnt de zon. Hoe zou mijn Enk er bij
liggen?
Vriend Hond staat me al op te wachten. Eerder blafte hij altijd tegen mij
en iedereen. Bij mij laat hij dat inmiddels zitten; niks aan, want ik praat
vriendelijk terug. Vandaag poseert hij zelfs voor mij.
Dan kijk ik op en blijf een poos staan kijken. Alleen maar kijken en eerst volstromen met wat ik zie. Ondanks de kou lijkt er binnen in mij een aangename gloed vanuit mijn buik naar alle delen van mijn lichaam te stromen. Wat heeft de natuur weer iets bijzonders getoverd.
Al snel ben ik alleen. Ik luister. Het lijkt stil, maar dat is het niet. Ik hoor de snelweg, de A1, zo'n twee kilometer hier vandaan. En ik hoor vogels; lawaaiige kraaien. Een haas haast zich op hoge poten, met grote sprongen over het bevroren land. Even richt hij zich op, lijkt te kijken of hij nog wel goed zit, en spoedt dan weer verder.
Ik wandel naar mijn boom. Stoer staat hij daar in het witte landschap. De geseling van de storm vannacht en de sneeuwbuien schijnen hem niet gedeerd te hebben. Fier en machtig staat hij daar, alsof hij zich van zijn schoonheid bewust is.