Andalusië per fiets 2005
Brief aan Raúl González
Voor het laatst bijgewerkt op
7-08-2005
|
Home
Inleiding
Trajectgegevens
|
Vrijdag 18
juni 2005 El Torcal
Het maanlandschap van El Torcal 
Precies om de afgesproken tijd, 9.00 uur, loopt een keurige jongeman
richting onze tent. Hij komt ons de gehuurde auto afleveren. Na
nog wat administatieve formaliteiten, wordt ons de sleutel overhandigd
en lopen we nieuwsgierig met hem mee. En daar staat hij, een lief wit glimmend
trommeltje van blik en plastic. Een Hyundai-Getz 1.1. Ik ben gelijk verliefd;
wat een scheetje. Na instructie waar de ruitenwissers (het moet toch ooit
weer eens gaan regenen), de claxon, en de richtingaanwijzer zitten, rijden
we vanaf de camping gelijk de oprit op naar de snelweg, de borden richting
Granada en Motril volgend.
" Je kunt een heel eind richting Granada volgen en ergens zal een andere
verwijzing zijn, welke kant op weet ik niet, maar dat duurt nog wel een
poosje", kondig ik vast aan.
Als we een poosje later moeten klimmen blijkt ons wagentje daar enigszins
moeite mee te hebben. We gaan niet harder dan 80 km over de snelweg; de
bussen gaan ons voorbij.
Oeps splitsing van snelwegen; Granada de ene kant op, Motril de andere."Welke
kant moet ik eigenlijk op", vraagt Henk. "Euh, weet ik veel,
waar ligt Motril ook al weer, nou ga die kant maar op", doe ik makkelijk,
en zo mijn bijrijdersrol niet goed vervullend. Even later:
"oh ik weet het al weer, Motril ligt aan de kust. We moeten terug." En
we gaan bij de eerste de beste afslag weer de andere kant op. Een poos
later volgt splitsing Antequera - Granada. In Antequera rijden we in een
keer naar de hostal. Henk haalt de pas, er wordt nog sorry gemompeld, maar
we doen niet moeilijk en gaan direct weer verder omdat je in de winkelstraat
waar de hostal aan ligt niet kunt parkeren. Gisteren hebben we bij het
uitrijden van Antequera een grote supermarkt gezien en daar gaan we
winkelen. We hebben tenslotte nu een fatsoenlijke boodschappenwagen bij
ons, zodat we een voorraad water, fris en wat wijntjes mee kunnen nemen.
Als ik Henk kwijt raak in de supermarkt weet ik hem altijd weer heel makkelijk
te vinden. Juist bij de wijn. Daar staat hij dan te dubben welk wijntje
hij zal kiezen. Die of toch die, ach laten we ze beide meenemen, ze komen
wel op. Daarna vervolgen we onze weg over precies hetzelfde traject dat
we gisteren gefietst hebben. We krijgen respect voor onszelf. "Poeh,
toch wel aardig pittig wat we gisteren gedaan hebben", zeggen we een
paar keer.
Op
de pas rijden we de weg naar El Torcal op, die ons nog zo'n 3 kilometer
verder naar boven voert. De rotspartijen worden steeds grilliger, de weg
is smal. Ik ben beslist geen held op zulk soort wegen vanwege mijn hoogtevrees
en het niet zelf in de hand hebben van de situatie. Henk rijdt het wagentje
probleemloos naar boven en we komen op een grote parkeerplaats uit. Er
zijn bijna geen bezoekers; een busje en een paar auto's. Op het parkeerterrein
staat een bord waarop
aangegeven staat welke wandelingen er te maken zijn. Wij kiezen de wandeling
van 1 1/2 uur omdat we geconcentreerd moeten lopen, aangezien we op onze
Teva's zijn. Wat we zien is heel bijzonder, bizar eigenlijk. Een stenen
maanlandschap of cyclopische ruïnes wordt het
ook wel genoemd. Grote blote grillig gevormde rotsen zonder begroeiing
wijzen omhoog, soms voorzien van een bol, die er zo kan afvallen. In de
vormen herkennen we met een beetje fantasie gezichten en dierenkoppen.
Wat ook zo bijzonder is zijn de horizontale riggels, ach laat me ophouden,
het is niet te beschrijven. Ik laat wel plaatjes zien voordat ik weer al
te lyrisch word. Aan het begin van onze wandeling horen we ineens een hoop
geschetter van mensen, en getik van wandelstokken die ons tegemoet komen,
een knappe reisleider voorop; hij moet Antonio zijn. De toch in mijn ogen
niet zo jonge dames roepen om de haverklap zijn naam, alsof het een
heilige i s.
Even later komt ons een man met een wandelstok tegemoet. Hij wenkt ons.
We moeten beslist iets naar beneden lopen. Weer en wind heeft het voor
elkaar gekregen daar een grot in het gesteente te geselen. Even later raken
we aan de praat met een man, die aan de kant van het pad op een grote steen
zit en ons vriendelijk groet. Ik denk eerst dat hij de parkwachter is,
maar hij vertelt dat hij de buschauffeur is van het gezelschap dat we net
tegenkwamen. Hij weet veel te vertellen over het park. Tot slot maakt hij
nog een foto van ons.
Na het bezoek aan het park rijden we dezelfde weg terug naar Malaga, die
we gisteren gefietst hebben. Hoe verschillend ervaren wij het reizen
per fiets of per auto. Op de fiets beleven we de natuur veel intenser.
We voelen de wind, de warmte, horen de vogels. Ook wat we ruiken, geur
van schapen, bloemen of gedroogd gras, maar ook de geur van een stad, de
geluiden daar, het is er als je fietst en nu zitten we met de ramen dicht
vanwege de airco en worden we misselijk van het gedraai over de slingerweg.
Nee geef ons maar een fiets.
We hebben geen behoefte om het eendaagse bezit van een auto verder uit
te buiten. We rijden terug naar de camping en wandelen daarna aan het eind
van de dag nog even naar het strand waar we niet al te fanatiek trachten
de witte gedeelten op armen en benen, die bedekt zijn geweest met fietskleding,
wat bij te kleuren.
|