Andalusië per fiets 2005
Brief aan Raúl González
Voor het laatst bijgewerkt op
7-08-2005
|
Home
Inleiding
Trajectgegevens
|
Zaterdag 4 juni 2005 Orgiva - Alhama
de Granada
Henks hel van Cacin
Vandaag gaan we van jouw beschreven route af Raúl, want zoals je
weet zullen wij als principiële fietsers openbaar vervoer mijden als
het maar enigszins mogelijk is. Onze planning is naar Otura onder Granada
te gaan; daar is weer een camping. Het is geen lang traject maar we verwachten
veel te moeten klimmen, want het gaat tegen de uitlopers van de Sierra
Nevada op.
Ah, mijn benen voelen goed merk ik wanneer we stijgend richting Lanjarón
rijden. Het voelt alsof ik de berg op huppel en ik word er helemaal vrolijk
van en het tempo zit er goed in. Henk is iets minder enthousiast want hij
is meer een slow starter. Na Lanjarón volgen we het traject Béznar
- Lecrin - Mondujar - Padul - naar de Puerto del Suspiro del Moro. Een erg
rustige weg, door leuke plaatsjes, vooral Padul is de moeite van even rondkijken
waard. Het klimmen valt ons mee, maar we hebben dan ook de wind in de rug.
Ook vandaag blijft het genieten van de vergezichten en het uitzicht op de machtige
toppen van de Sierra Nevada, Voor we het weten staan we op de pas. Bij afslag
Otura ligt een camping, die ons helemaal niet aantrekkelijk lijkt. Bovendien
is het nog maar 13.15 uur. "Ben jij moe?" vragen we aan elkaar.
Wij zijn niet moe en besluiten door te reizen naar Alhama. We buigen links
af en blazen met de wind in de rug met meer dan 30 km per uur over een lange
vlakke weg, de A 385 naar La Malahà. Daarna links af over een licht
glooiende, ook weer erg rechte weg rinting Alhama. Oei, de wind is erg sterk.
Hij heeft ons blijkbaar ontdekt en blaast nu van opzij met krachtige vlagen
tegen ons aan. We zitten trouwens weer op jouw route Raúl, jouw beschrijving
van de ronde van Adalusië, alleen wij fietsen nu tegen de stroom in. We
zijn blij dat we bij Ventas de Huelma zijn en draaien de Gr 101 op, een klein
boerenweggetje richting het gehucht Ochichar. Er staan hier weer meer bomen
en struiken. Wat een prachtige vergezichten, glooiende akkers, olijf- en amandelbomen.
Er moet behoorlijk
geklommen worden en daar lijkt maar geen eind aan te komen, maar de wind kan
ons gelukkig niet meer vinden. Wanneer we bijna naar de lange rechte weg terug
beginnen te verlangen, ligt er een lange afdaling voor ons. In de verte zien
we een wit dorpje diep in het dal liggen in een kaal berglandschap. Ik kijk
onwillekeurig naar een punt, waar we het dal weer uit zouden moeten fietsen,
maar ontdek het niet. Het is inmiddels erg warm en het dalen geeft gelukkig
enige verkoeling. We dalen en dalen en dalen over een slechte weg met grote
kuilen, zodat we soms moeten afstappen; er komt geen eind aan. Eindelijk rijden
we het witte plaatsje Cacin binnen, dat ligt de zinderen in de hitte; geen
mens, geen hond te bekennen. Henk z'n display geeft 41 graden aan en we moeten
klimmen. Het is steil, erg steil en erg zwaar door de brandende zon en nergens
schaduw. Henk smeekt om een auto die hem meeneemt. Ik wil eten. Onder in mijn
tas zit nog een zak met winegums en die eten we in een keer leeg. Toch heb
ik nog een beetje moed over, die van Henk zit inmiddels aardig in z'n fietsschoenen,
die hij inmiddels weer draagt. Op vragen die
ik stel, bijvoorbeeld: "heb je enig idee hoe ver het nog is?", krijg
ik als antwoord: "interesseert me niet" of "kan me niks meer
verrekken". Kan een lachsnik tegen houden en kan het niet laten om vriendelijk
te zeggen, dat ik het wel een interessante vraag vind en benieuwd ben naar
het juiste antwoord. Maar gelukkig, we fietsen uiteindelijk uit deze brandende
hel, komen op een bredere weg en dalen weer een stukje, zodat we even bij kunnen
komen voor de laatste klim om Alhama in te fietsen.
Hostal Ana zien we als eerste. Een eenvoudige keurige hostal. De fietsen mogen
onder de trap en er is een lift, zodat we niet met de tassen hoeven te zeulen.
We zijn gebroken. Henk doucht zich tegen de gewoonte in als eerste én
doet gelijk de was. Ik merk daar niks meer van. Ik ben in slaap gevallen.
Wanneer we aan de receptioniste vragen waar we een hapje kunnen eten, verwijst
ze ons naar een pleintje met diverse tapasbars. Reuze gezellig is het daar
tussen de Spanjaarden, die net doen alsof we er bij horen. We worden allerhartelijkst
geholpen een keuze te maken uit de hapjes en eten een soort stoofvlees. Erg
lekker.
Weet je, wat ons gevoel is Raul? Wij hadden deze tocht niet willen missen.
Steeds heb ik beelden van dit traject in mijn hoofd, wat niks met een nachtmerrie
te maken heeft. Kleuren, rood-grijs van het gebergte. Het is niet te omschrijven;
dat dorpje in de diepte.Wat een verhaal, wat een belevenis.
En, voor degene die keurig over jouw beschrijving rijdt: vanaf de andere kant
is hij beslist gemakkelijker.
|